Eerste Les

Eerste Les

Gebruik autogordel
– Als eerste doe je de gordel om. De gordel moet strak aan het lichaam gedragen worden

Juiste zithouding
– Bovenbenen rusten over een zo groot mogelijk deel van de zitting
– Bij geheel aangesloten rug in de rugleuning het bovenste deel van het stuurwiel nog
– Juist goed met beide handen vastgepakt kan worden
– Het linkerbeen, bij geheel ingedrukte koppelingspedaal nog licht gebogen is
– Er goed zicht is op de weg
– De bovenzijde van de hoofdsteun op gelijke hoogte is als de bovenzijde van het hoofd

Juiste stuurhouding
– Het stuurwiel niet krampachtig vasthouden
– Met beide handen een stand van ongeveer kwart voor drie
– De armen licht gebogen zijn
– De handen aan de buitenkant van het stuur geplaatst zijn

Afstellen spiegels
De binnenspiegel is juist afgesteld indien:
– In het verticale midden van de spiegel het verticale midden van de achterruit zichtbaar is
– De hoogte zodanig is afgesteld dat optimaal zicht wordt verkregen

De buiten spiegels zijn juist afgesteld indien:
– De (eventueel denkbeeldige) horizon op ong ¼ deel van de bovenzijde in die spiegels zichtbaar is
– In de linkerbuitenspiegel nog juist de linkerzijkant van de auto zichtbaar is en een zo groot mogelijk deel van het weggedeelte links naast en achter de auto kan worden gezien
– In de rechterbuitenspiegel nog juist de rechterzijkant van de auto zichtbaar is en een zo groot mogelijk deel van het weggedeelte rechts naast en achter de auto kan worden gezien
– Het afstellen van de spiegels dient voor aanvang van de rit te gebeuren

Bediening/beheersing apparatuur
– Bediening van de apparatuur, oa richtingaanwijzer voor en zijruit ontwaseming/achterruitverwarming ruitewisser en verlichting.

Motor starten
– Koppelingspedaal geheel intrappen
– Contact maken zonder te starten, controleer of alle controlelampjes branden
– Start de motor
– Controle dashbord lampjes
– Controle remdruk
– Stroomverbruikers inschakelen
– Versnelling inleggen
– Parkeerrem loslaten
– Koppelingspedaal op laten komen

Motor afzetten
Bij het maken van een te verwachten langere verkeersstop (langer dan 1 minuut) ter bescherming van het milieu:
– Parkeerrem in werking stellen
– Schakelhandel in neutraal
– Stroomverbruikers uitzetten
– Motor uitzetten
– Koppelingspedaal loslaten

Stuurbehandeling
– Doorgeef en overpakmethode

Gastoevoer
– Het gaspedaal wordt bedient met de rechtervoet, als de hiel zoveel mogelijk steunt op de vloer bevordert dit een juiste dosering.
– Voorkomen moet worden dat de gastoevoer schoksgewijs gaat of dat de motor doorraast.

Bedrijfsrem
– Het rempedaal wordt met de bal van de rechtervoet bedient
– Het remmen zo gelijkmatig mogelijk over de beschikbare afstand verdelen